De Brieven       Vertaling zevende brief


Monseigneur,

Wij hebben kennisgenomen van uw geŽerde brief, terzelfder tijd overhandigd als het pakje dat 25.000 frank bevatte. Het lijkt ons onnodig te onderstrepen hoe bedroefd wij waren bij het lezen ervan. Een overeenkomst verbreken op zo'n ogenblik, terwijl wij er ons toe verbonden hadden, bij betaling van een tenslotte in verhouding klein commissieloon, u het meest kostbare voorwerp op de wereld te overhandigen, waarvan het verlies in de toekomst zou blijven drukken op zij die er de oorzaak van waren. Het is onbegrijpelijk. En verder het wederzijds vertrouwen ondermijnen, dat zo noodzakelijk is bij de delicate en moeilijke onderhandelingen over dit gigantische kunstwerk. Het is erg.

Bij het kalm en aandachtig lezen van uw geeerde brief stellen wij vast, Monseigneur, dat u het akkoord op twee zeer verschillende manieren verbreekt:

  1. U vermindert het bedrag van het commissieloon, terwijl u ons voor de grisaille een miniem commissieloon stuurt, dat niet eens gevraagd was.
  2. U verandert grondig de modaliteiten voor het overhandigen van de commissie en het paneel.
Anderzijds bevestigt u ons dat de zaak wel degelijk geseponeerd is.

Laten wij de eerste tekortkoming onderzoeken.

U slaagt erin te beschikken over 250.000 frank. Wij kunnen de onmogelijkheid om meer te doen niet aanvaarden. Het is onaanvaardbaar dat de burgerlijke en kerkelijke overheden zouden zien op het verschil van onze twee cijfers om de R.R. van een zekere vernietiging te redden. De Koning, de Koninginnen, de Regering en de bisdommen van Belgie, de geldaristocraten en de grote rijk gedecoreerde beschermers van de kunst zouden gezamenlijk de gevraagde som niet kunnen bijeen brengen. Wij kunnen dit niet geloven.

2. U wilt de modaliteit veranderen omtrent de overhandiging van het losgeld en het paneel en dat nadat u ons vertrouwen grotendeels hebt vernietigd. Wij kunnen dat niet aanvaarden. Alvorens u onze voorstellen over te maken hebben wij geruime tijd de mogelijkheden onderzocht en wij zijn van mening dat er niets moet veranderd worden. Tot hier toe hebben wij onze beloften gehouden. Wij hebben u zonder iets te eisen de SJ. gestuurd om u onze goede trouw te bewijzen, evenals onze intenties en de echtheid van de voorwerpen die wij u voorstellen over te dragen. Wij hebben u aangespoord uw beloften na te komen en daarbij bevestigd dat wij de onze zullen houden. Welnu, wij zullen deze ook in de toekomst nog houden maar wij kunnen niets veranderen aan onze voorwaarden. Wij wijzen ieder loven en bieden af. Wij weten immers wat ons te doen staat in geval van breuk.

Om deze twee juwelen in handen te krijgen hebben wij ons leven gewaagd en wij houden niet op te veronderstellen dat hetgeen wij vragen niet overdreven en niet onmogelijk te realiseren is.

Wij zullen zes dagen wachten na ontvangst van dit schrijven alvorens uw antwoord te vernemen langs dezelfde weg als gewoonlijk. Reeds in onze voorgaande brieven hebben wij er u op gewezen dat iedere verloren dag het gevaar voor het kunstwerk vergroot. Een onmiddellijk antwoord verdient dus de voorkeur.

Gelieve te aanvaarden, Monseigneur, de verzekering van onze eerbiedige hoogachting.

D.U.A.